dinsdag 21 december 2021

Over wortels enzo

Ik bin geboren in Zeeland en woonde tot mien twintigste in het westen van oes laand. Umdat mam opgruide in Grol en pap in Wespert, reisden wij in 't verleden nogal ies hen en weer tussen respectievelijk Goes/Rotterdam/Pijnacker en Drenthe. Wij vunden dunkt mij niet dat het een ummelaandse reis was um der te kommen, al was dat feitelijk wel zo, want een A28 was der bijveurbield nog niet, maor 't vuulde miest as een soort vekaansie, umdaw in de regel dan wel ien of meer nachten bij femilie slaopen bleven en dat was aaid bar gezellig. Boetendes waren der in die tied veer boerderijen waor ooms, tantes, neefies en/of nichies woonden en dat was veur mien zussie en mij, as in 't westen wonende wichter, een fantastische belevenis. Laoter namen wij ok wel vriendinnen met, die over 't algemien nog nooit op een boerderij west waren, nog nooit een koe, kalf of zwien van dichtbij zien hadden en die 't hielemaol geweldig vunden dat elk en ien zomaor 'moi!' tegen oes zee. 

 
Tegenwoordig woont men, redeneerd vanoet de Randstad, 'hielemaol' in Drenthe of Grunning, maor veur oeze femilie was 't destieds eerder umgekeerd. Wij woonden dus hielemaol in 't westen. Veul bezuuk van ooms en tantes kregen wij daor niet, wat vanzölf ok kwam umdaj een gemengd bedrief niet zomaor een dag of wat kunt laoten veur wat het is. Maor toen oeze neven en nichten wat groter waren, kwamen die wel vaoker bij oes. 

Mien opa en opoe oet Grol bint ooit maor ien keer bij oes in het westen, in de flat in Rotterdam west en dat was met de karstdaogen. Pap hef oes mooi op de foto zet bij de karstboom, waor nog echte keersies in braandden. 'Opoe Westdorp' is ok ien keer west. 't Was mien grootolders toen al drok genog in zu'n grote stad.


Umdat pap veur zien wark as landbouwjournalist een goeie fotocamera har, kun hij in zien vrije tied veul femilie in Drenthe fotograferen. Dat hef hij vaok en met veul plezeer daon en ok de femilie kreeg daordeur mooie herinnerings in bield vastlegd. In het pas verschenen boek over mien neef Egbert Meijers, 'Tussen Grolloo en Austin' kwam ik dan ok geregeld mij bekende plaoties tegen 😀 In dat boek wordt de accordeon van Egbert verscheiden keren nuumd. Toen wij een maol bij mien oom en tante an de Aomerweg in Grol op bezuuk waren, hef pap mij met die accordeon op de foto zet. 


Al die foto's bint prachtige tiedsdocumenten en roept dierbaore herinnerings op. Pap hef nog meer achterlaoten as mooie foto's. Daor he'k het volgende gedicht over schreven.


 is zien naom

                                         

Mangs stiet een naom in de locht of in zaand

letters die schreven bint vanoet het hart

wel in de liefde geleuft zal hum lezen

weten waorum

maor niet altied hoe lang

het vuur van ‘t verterende longern braandt

 

rie ik veur ’t eerst deur een dörp of een stad

komp het verleden mij vaok in de muut

onverwacht weerzien met dèenken in taol

een smokkie, in roodgrune knipogies vat

 

‘k zie hum weer eindeloos zuken en pruven

blocnote op schoot en een pen in de haand

 

pap zal nooit weten dat lang nao zien leven

zien bakens die overal staot holvast geeft

 

aaid as de  mij wenkt zie’k hum even

opgewekt, bliede

dat e nog leeft.

 

© Suze Sanders


(Mien pap was haost 25 jaor heufd van de afdeling Public Relations van Cebeco-Handelsraad in Rotterdam. Hij bedacht zowel de naom Cebeco as Welkoop.)


dinsdag 13 juli 2021

In het NPO Radio5 programma 'Thuis op 5' (De provincieweken)

Maandagavond 12 juli j.l. was ik telefonisch te gast in het EO-radioprogramma 'Thuis op 5', op NPO Radio5. Ik sprak met Petra de Joode, één van de presentatoren van het programma, dat tijdens de zomermaanden iedere week een andere provincie centraal stelt. Deze week is Drenthe aan de beurt.

Het fragment waarin ik word geïnterviewd is hier terug te luisteren. 




donderdag 20 mei 2021

Vanwege het in ons land gehouden Eurovisie Songfestival, is er in deze tijden nogal veel aandacht voor Rotterdam, de stad waar het festival wordt gehouden. Van mijn 2e tot mijn 5e heb ik er gewoond.


Op de achtergrond de flat waarin wij woonden

De Bijenkorf aan de Coolsingel, midden jaren '50



De Rotterdamse haven, midden jaren '50

























Rotterdam


Stad waar ik woonde van peuter tot kleuter

zus werd van zusje en me vergaapte aan

trams in de straten en waar ik merkte

dat je zo’n tingeltram

pas na goed uitkijken veilig verlaat

 

Stad waar ik hoog in de flat achter ramen

Sparta zag trainen op zonnige dagen

renners zag vallen in stromende regen

 

Stad waar ik zelf in de pauze besliste

dat ik mijn kleuterschool echt wel kon missen

om bij mij thuis een verjaardag te vieren


Stad waar ik speelde en waar ik leerde

dat er ook andere talen bestaan

waar ik soms liedjes in ‘t Noors heb gezongen

en van vriendinnetjes afscheid moest nemen

 

Stad waar we op zondag vlak voor 5 december

de Bijenkorf etalages bekeken

de Cineac aan de Coolsingel bezochten

mijn ouders nog geen Sinterklaascadeaus kochten

  

Stad waar de school stond die ik soms vervloekte

maar waar ik toch nog een jaar langer zou blijven

waar ik in stenografie leerde schrijven

en op kantoor aan mijn loopbaan begon

 

Stad waar ik altijd mijn kleding ging kopen

waar ik muziek hard en zacht hoorde spelen

Moody Blues, Bowie en Theodorakis

Yes, BSB, North Sea Jazz, Elton John

 

Stad waar de poëzie klinkt in de straten

en wordt weerkaatst in de talloze talen van

duizenden schepen die hier binnendreven

hun naam werd geschreven in havenjournaals

 

Stad die haar hart ooit zo wreed heeft verloren

maar nooit heeft berust in een zielloos bestaan

mouwen omhoog en niet lullen maar poetsen

Rotterdam leeft en wordt steeds weer herboren.

 

© Suze Sanders


Hier de gesproken versie.

 

Ossip Zadkine: De verwoeste stad (Stad zonder hart)




zaterdag 17 april 2021

Lauwersmeergebied, vogels en luchtmacht, n.a.v. een artikel in het Dagblad v/h Noorden van 17 april 2021

Op 16 april j.l. bezochten we, zoals veel vaker, het Lauwersmeergebied. Het was prachtig weer. Misschien kregen we deze keer de zeearend te zien, of de groep kluten die er was gespot. We parkeerden de auto langs de rand van de weg en liepen naar de vogelkijkhut bij het Jaap Deensgat. Het was er gelukkig heel rustig, zodat we ongestoord even konden turen over en naast het water. 

Ineens bespeurde ik enorme onrust. In de verte gingen alle vogels de lucht in en als een soort golfbeweging over het landschap kwam die onrust steeds dichterbij. 

'Ik loop even naar buiten, kijken of er misschien een zeearend vliegt', zei ik hoopvol, maar die zag ik niet. Inmiddels waren er een paar anderen die de vogelkijkhut in wilden, dus we maakten plaats voor hen, want ja, in deze tijden mag je er met maximaal drie personen staan. De groep ganzen die net nog vlakbij de hut aanwezig was, zagen we niet meer.

Langs het riet liepen we langzaam terug in de richting van de auto, toen vanaf de overkant van het Lauwersmeer een vliegtuig kwam aanvliegen, erg laag! Ik dacht meteen dat dat natuurlijk de reden was geweest van de even eerder waargenomen onrust bij al die vogels. Die onrust bespeurde ik vlak daarna ook bij mezelf, want het vliegende gevaarte kwam recht op ons af en vloog vervolgens over ons heen.

Het gaf me een behoorlijk onprettig gevoel en ik was blij dat die kist verder vloog. Een eindje verderop werden aan de andere kant van de weg parachutisten gedropt boven het militair oefenterrein.

Niet veel later gebeurde dat nog een keer, nadat de vliegcirkel aanmerkelijk kleiner was geweest dan die ervoor. Vervolgens zette het vliegtuig vermoedelijk koers naar Vlieland.

Evenals de in het krantenartikel genoemde organisaties, snap ik dat defensie op zijn tijd moet oefenen, maar waarom nú? Ik zet trouwens ook een vraagteken bij die minimum vlieghoogte. Vanaf de grond schat je dat wellicht onjuist in, maar het leek mij minder dan 450 meter, op het moment dat wij daar stonden.

Dit ganzengezin kan eventueel een veilig heenkomen zoeken in het riet. Ook zonder een Hercules zijn er immers al gevaren genoeg om rekening mee te moeten houden. Alle vogels zitten in hun broedtijd en die zijn zeker niet gebaat bij al die extra overlast van zo'n vliegend monster.

donderdag 18 maart 2021

Over Lewenborg, grutto's en het voorjaar

Al zo'n 35 jaar wonen wij in de Groningse wijk Lewenborg. Aanvankelijk met een prachtig vrij uitzicht, dat helaas niet blijvend bleek, omdat tegenover ons de wijk Drielanden werd gebouwd. In die periode heb ik daarover een aantal gedichten geschreven, waaronder Veurjaor in Lewenborg. Het gedicht is opgenomen in mijn bundel Een zeum van locht (1996). 

Mede i.v.m. het 50-jarig bestaan van onze wijk, besloot ik onlangs het gedicht naar de redactie van de wijkkrant te sturen, aangezien het ook net over deze tijd van het jaar gaat. Daarbij zegt het iets over de grutto, die hier in de tijd dat het gedicht ontstond nog veelvuldig te zien en te horen was, maar nu helaas steeds minder vaak.

Nog steeds wacht ik ieder voorjaar met spanning op de dag dat ik de grutto weer voor het eerst hoor. Een enkele keer reikt zijn roep tot ons huis, maar meestal moet ik op zoek, gelukkig nog wel altijd redelijk in de buurt.

Vandaag was het zover! Door mijn verrekijker zag ik dat het echt waar was, mijn voorjaarsbode was teruggekeerd en even later klonk zijn grutto grutto grutto in de lucht en zag ik hem vliegen.

Voor mij is de lente begonnen. En toen ik weer thuis kwam lag de wijkkrant op de mat, mét daarin mijn gedicht en de foto's die ik begin jaren '90 maakte. 




zaterdag 6 maart 2021

Vroege Vogels en mijn regels op Vlieland


Het is alweer even geleden, maar op 31 augustus 2018 zat ik naar een favoriet tv-programma te kijken: Vroege Vogels. De uitzending ging over Vlieland en ineens kwam presentator Menno Bentveld in beeld, bij de dichtregels die sinds 2003 door de Vliehors Expres in het Vlielandse strand worden gedrukt. Hij las ze hardop voor en in dit geval ging het om de regels waarmee ik de eerste editie van de aan dat project verbonden dichtwedstrijd won. 
Wat een verrassing om ze zo onverwacht voorgelezen te krijgen!


 

Lopend op licht


 























     

    Wij komen van ver en trotseerden het water

    ploeterend door een oase van rust

    de ogen gericht op de veilige kust

    een gids als souffleur in het waddentheater

      

    onder de wolken hangt vleugelgeruis

    slik hecht zich aan onze huid en wil mee

    lopend op licht en met schoenen vol zee

    brengt elke stap ons wat dichter bij huis

                                                  

    nu wordt de komst van de avond verwacht

    houden de vossen zich schuil in het riet

    scheren er uilen laag over de velden

     

    achter de dijk ademt langzaam de nacht

    en zingt de kwelder heel zachtjes een lied

    dat werd gezeefd uit wat mensen vertelden.

     

    © Suze Sanders


Het gedicht is (zonder de foto) gepubliceerd in het Winter 2020-2021 nummer van het Drents Letterkundig Tiedschrift Roet.